Omgevingsplan

Bestemmingsplan wijzigen: wat er sinds de Omgevingswet werkelijk geldt

U wilt een schuur ombouwen tot woning, een tweede woning op uw kavel, of een bedrijf beginnen op een perceel waar dat volgens de gemeente niet mag. U zoekt uit hoe u het bestemmingsplan laat wijzigen, en u loopt vast: de gemeente heeft het opeens over een omgevingsplan, over een binnenplanse en een buitenplanse activiteit, en over een procedure die anders heet dan wat u op internet leest.

Dat komt doordat het bestemmingsplan sinds 1 januari 2024 niet meer bestaat als zelfstandig instrument. De regels die erin stonden gelden nog wel, maar ze zitten nu ergens anders, en de manier om ervan af te wijken heet anders en werkt anders. Veel informatie op internet is nog op de oude situatie gebaseerd. Dat is verwarrend, en het leidt ertoe dat initiatiefnemers de verkeerde route kiezen of maanden verliezen.

Deze pagina zet het oude en het nieuwe naast elkaar. U leest wat er met uw bestemmingsplan is gebeurd, waar de regels voor uw perceel nu staan, welke procedure in de plaats is gekomen van de herziening en de wijziging van het bestemmingsplan, en hoe u bepaalt welke route bij uw plan past, waaronder de wijziging van het omgevingsplan zelf. De nadruk ligt op Noord-Brabant, waar naast de gemeente ook de provincie meekijkt.

Wettelijke stand: 2 september 2026.

Bestaat het bestemmingsplan nog?

Nee, niet als zelfstandig plan. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en heeft elke gemeente van rechtswege één omgevingsplan gekregen. Alle bestemmingsplannen, beheersverordeningen en vergelijkbare regelingen die op dat moment golden, zijn samen het tijdelijke deel van dat omgevingsplan gaan vormen. De inhoud van uw oude bestemmingsplan is dus niet vervallen: de regels gelden onverkort door, alleen zijn ze nu een onderdeel van een groter geheel met een andere naam.

Dat onderscheid lijkt formeel, maar het heeft praktische gevolgen. U kunt geen bestemmingsplan meer laten herzien of wijzigen, want er is niets meer om te herzien. Wat u wel kunt, is het omgevingsplan laten wijzigen of een vergunning aanvragen om ervan af te wijken. Welke van die twee bij uw plan past, hangt af van de aard en de omvang van uw initiatief, en dat is de kern van deze pagina.

Wat is het omgevingsplan precies?

Het omgevingsplan is de gemeentelijke regeling waarin alle regels over de fysieke leefomgeving samenkomen. Waar het bestemmingsplan zich beperkte tot het gebruik en de bebouwing van gronden, gaat het omgevingsplan breder: naast functies en bouwregels kan het ook regels bevatten over geluid, geur, bodem, monumenten, kappen, reclame en evenementen. Regelingen die vroeger in een aparte verordening stonden, verhuizen naar het omgevingsplan.

Elke gemeente heeft er precies één, en dat plan bestaat op dit moment uit twee delen die naast elkaar bestaan.

Het tijdelijke deel en het nieuwe deel

Het tijdelijke deel is wat u kent: uw oude bestemmingsplan, met dezelfde verbeelding, dezelfde bestemmingen en dezelfde planregels. Dit deel is ongewijzigd overgezet en verandert pas als de gemeente er iets aan doet.

Het nieuwe deel is wat de gemeente sindsdien zelf heeft vastgesteld. Elke keer dat de raad het omgevingsplan wijzigt, verschuift een stukje van het tijdelijke naar het nieuwe deel, geschreven in de systematiek van de Omgevingswet. Gemeenten hebben een overgangsperiode om die omzetting af te ronden. Die periode loopt tot een bij wet vastgelegde einddatum in de jaren dertig; controleer de actuele datum bij uw gemeente, want zij is tijdens de invoering al een keer opgeschoven.

Voor u betekent dit dat u bij het bekijken van de regels op uw perceel altijd moet vaststellen in welk deel u zit. Regels uit het tijdelijke deel zijn geschreven onder de oude systematiek en gebruiken oude begrippen. Regels uit het nieuwe deel gebruiken de begrippen van de Omgevingswet. Beide gelden, en ze kunnen op hetzelfde perceel naast elkaar voorkomen.

De bruidsschat: regels die het Rijk heeft overgedragen

Naast uw oude bestemmingsplan is er nog iets in het omgevingsplan terechtgekomen. Bij de invoering heeft het Rijk een pakket regels dat voorheen landelijk gold overgedragen aan de gemeenten. Dat pakket heet in de praktijk de bruidsschat en staat in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan.

Daarin staan onder meer regels over geluid door activiteiten, over bodem, en over vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken. Het zijn regels waar u zomaar tegenaan kunt lopen zonder dat u ze in uw oude bestemmingsplan had kunnen vinden, want ze stonden daar nooit in. De gemeente mag deze regels aanpassen of vervangen bij het opbouwen van het nieuwe deel, dus zij verschillen op termijn per gemeente.

Dit is een van de plekken waar plannen misgaan. Een initiatiefnemer leest zijn oude bestemmingsplan, concludeert dat zijn plan past, en ontdekt pas bij de aanvraag dat een bruidsschatregel in de weg zit. Ga bij het beoordelen van uw plan daarom altijd uit van de actuele regels in het Omgevingsloket, niet van de pdf van het bestemmingsplan die u ooit heeft gedownload.

Waar vindt u de regels die op uw perceel gelden?

In het Omgevingsloket, via de kaart. U voert uw adres in en ziet welke regels op die locatie van toepassing zijn, inclusief het tijdelijke deel, het nieuwe deel en de bruidsschat. Dat is de enige plek waar de drie lagen bij elkaar staan.

Let op twee dingen. Ten eerste tonen de oude planviewers vaak nog het bestemmingsplan zoals het was, zonder de bruidsschat. Ten tweede kan de gemeente na 1 januari 2024 al wijzigingen hebben doorgevoerd die in een gedownloade versie ontbreken. Werk dus altijd met de actuele weergave.

Welke procedure vervangt de herziening of de wijziging van het bestemmingsplan?

Onder de oude Wet ruimtelijke ordening had u drie routes: een herziening van het bestemmingsplan, een wijzigingsplan op grond van een wijzigingsbevoegdheid in het plan zelf, en een omgevingsvergunning om af te wijken op grond van de Wabo. Die drie zijn vervangen door een ander stelsel.

Oud instrumentWat het deedWat er nu voor in de plaats komt
Herziening bestemmingsplanDe raad paste het plan zelf aanWijziging van het omgevingsplan door de raad
Wijzigingsplan of uitwerkingsplanHet college gebruikte een bevoegdheid uit het planBinnenplanse omgevingsplanactiviteit, of een wijziging van het omgevingsplan
Omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplanVergunning om van het plan af te wijkenBuitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
KruimelgevallenregelingLichte afwijking via een vaste lijstGeen equivalent; een BOPA met de reguliere procedure

Die laatste rij verdient nadruk, want hier gaat het vaak mis. De kruimellijst bestaat niet meer. Er is geen vaste opsomming van gevallen die als lichte afwijking kwalificeren. Een gemeente die haar oude kruimelbeleid nog toepast, doet dat zonder wettelijke grondslag. Wat ervoor in de plaats is gekomen, is één instrument dat standaard de reguliere procedure volgt, wat voor veel kleinere plannen juist sneller uitpakt dan vroeger.

De binnenplanse omgevingsplanactiviteit

Past uw activiteit binnen de regels van het omgevingsplan, maar is er wel een vergunning voor nodig, dan vraagt u een binnenplanse omgevingsplanactiviteit aan. De gemeente toetst dan uitsluitend aan de beoordelingsregels die in het omgevingsplan zelf staan.

Die toets is limitatief-imperatief, en dat is gunstig voor u. Limitatief betekent dat de gemeente alleen mag weigeren op de gronden die in het plan staan, en niet op een algemene ruimtelijke afweging. Imperatief betekent dat zij moet verlenen, eventueel onder voorschriften, zodra uw aanvraag aan die regels voldoet. De grondslag is artikel 8.0a lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Meer over deze route leest u op de pagina over een OPA aanvragen.

De buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Wijkt uw plan af van het omgevingsplan, dan komt u uit bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit, kortweg de BOPA. Dit is de opvolger van de vergunning om af te wijken van het bestemmingsplan, en het is voor individuele initiatieven de meest gebruikte route.

De gemeente beoordeelt uw aanvraag aan de hand van artikel 8.0a lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aangevuld met de beoordelingsregels in de artikelen 8.0b tot en met 8.0e. Het criterium is niet langer een goede ruimtelijke ordening maar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat criterium is breder: het omvat naast ruimtelijke effecten ook gezondheid, veiligheid, milieukwaliteit en omgevingskwaliteit.

Anders dan bij de binnenplanse variant heeft het college hier beleidsruimte. Verlenen is een bevoegdheid, geen plicht. Zowel een verlening als een weigering moet wel deugdelijk worden gemotiveerd. Wat u aanlevert bepaalt daarom in hoge mate de uitkomst. Zie voor de achtergrond de pagina over wat een BOPA precies is en over de ruimtelijke onderbouwing opstellen.

De wijziging van het omgevingsplan

Is uw plan grootschalig, structureel of gebiedsgericht, dan is een vergunning niet het passende instrument en moet het omgevingsplan zelf worden aangepast. Dit is de directe opvolger van de herziening van het bestemmingsplan.

De gemeenteraad stelt de wijziging vast, niet het college. Er ligt een ontwerpbesluit zes weken ter inzage waarop iedereen een zienswijze kan indienen. Tegen het vastgestelde besluit staat geen bezwaar open: belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking rechtstreeks beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die in eerste en enige aanleg oordeelt. Reken op gemiddeld één tot twee jaar. De volledige procedure staat beschreven op de pagina over het omgevingsplan wijzigen.

Er is nog een reden om voor deze route te kiezen die weinig wordt genoemd. Een BOPA kan geen bestaande rechten van derden wegnemen. Kan het evenwicht op de locatie alleen worden bereikt door elders een activiteit te beëindigen of te beperken, dan is de wijziging van het omgevingsplan het enige instrument dat dat kan.

Welke route past bij uw plan?

Uw situatieRouteKenmerk
Plan past binnen het omgevingsplan, vergunning vereistBinnenplanse OPABeperkte toets, sterke positie voor u
Plan wijkt af, individueel initiatiefBOPAVolledige onderbouwing, beleidsruimte college
Plan is grootschalig of structureelWijziging omgevingsplanVaststelling door de raad, lange doorlooptijd
Plan raakt rechten van derdenWijziging omgevingsplanEen BOPA kan dat niet regelen
U weet het nog nietPrincipeverzoekToets vooraf, beperkt de onderzoekskosten

Twijfelt u tussen deze routes, begin dan niet met de formele aanvraag maar met een principeverzoek indienen. U legt uw plan voor aan de gemeente en krijgt een niet-bindende reactie. Dat scheelt onderzoekskosten, want pas na die reactie weet u welke onderzoeken werkelijk nodig zijn. Bij een BOPA is dat vrijwel altijd verstandig.

Wat betekent dit in Noord-Brabant?

Een gemeentelijk ja is in Brabant niet altijd genoeg. De Omgevingsverordening Noord-Brabant stelt instructieregels waaraan de gemeente is gebonden, en die werken door in de beoordeling van uw aanvraag. Werkt een provinciale regel tegen uw plan, dan kan de gemeente de vergunning niet verlenen, hoe positief zij zelf ook is.

Voor plannen in het landelijk gebied spelen vooral deze onderwerpen:

  • Het onderscheid tussen stedelijk en landelijk gebied. Nieuwvestiging van burgerwoningen in het landelijk gebied is in beginsel niet toegestaan.
  • De verplichte investering in kwaliteitsverbetering van het landschap bij vrijwel elke ontwikkeling in het landelijk gebied. Dat kan via landschappelijke inpassing, sloop van ontsierende bebouwing of een bijdrage aan een landschapsfonds. Het is een reële kostenpost die vaak te laat in beeld komt. Zie de maatwerkregeling omgevingskwaliteit.
  • Het Natuur Netwerk Brabant, met aanvullende regels en compensatieverplichtingen.
  • Regels voor veehouderijen, waaronder stalderen.

Ook hier speelt de terminologiekwestie. De provinciale verordening werkt met eigen begrippen en kaarten die niet één op één samenvallen met de bestemmingen uit uw oude bestemmingsplan. Dat uw perceel een agrarische bestemming had, zegt op zichzelf weinig over wat de provincie toestaat.

Hoe beoordeelt de gemeente uw plan?

Van binnenuit ziet dat er als volgt uit. Uw aanvraag komt binnen en wordt eerst getoetst op volledigheid. Ontbreken er gegevens, dan krijgt u een hersteltermijn, en die tijd telt niet mee in de beslistermijn. Een onvolledige aanvraag kost u dus dubbel.

Daarna gaat de aanvraag langs de vakdisciplines: stedenbouw, verkeer, groen, en afhankelijk van het plan de omgevingsdienst voor geluid, geur en bodem. Bij plannen in het buitengebied kijkt vaak ook de provincie mee. Elk van die adviseurs kan een aanvullende vraag stellen, en elke vraag kost tijd.

Vervolgens wordt uw plan getoetst aan het gemeentelijke beleid en aan de instructieregels van Rijk en provincie, en volgt de afweging of het toestaan van deze activiteit op deze locatie leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Bij een BOPA komt daar nog iets bij dat uw planning kan bepalen. De gemeenteraad wijst vooraf de gevallen aan waarin hij een bindend advies uitbrengt, op grond van artikel 16.15a van de Omgevingswet. Valt uw plan daaronder en adviseert de raad negatief, dan mag het college niet verlenen. De beslistermijn wordt door dat adviesrecht niet verlengd, terwijl de raad niet wekelijks vergadert. Woningbouw valt er vaak onder. De aanwijzingslijst is openbaar, dus dit is vooraf te controleren.

Wat kost het en hoe lang duurt het?

De doorlooptijden verschillen sterk per route.

RouteBeslistermijnRechtsbescherming
Binnenplanse OPA8 weken, eenmalig met 6 te verlengenBezwaar, dan beroep
BOPA regulier8 weken, eenmalig met 6 te verlengenBezwaar, dan beroep
BOPA uitgebreid6 maanden, met 6 weken te verlengenZienswijze, dan beroep
Wijziging omgevingsplanGemiddeld 1 tot 2 jaarZienswijze, dan beroep bij de Raad van State

De uitgebreide procedure is bij een BOPA de uitzondering. Zij geldt in de gevallen die zijn aangewezen in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit, wanneer u er zelf om verzoekt of ermee instemt, en wanneer het bevoegd gezag haar van toepassing verklaart omdat de activiteit aanzienlijke gevolgen kan hebben en verschillende belanghebbenden naar verwachting bedenkingen hebben.

Let erop dat de beslistermijn pas begint bij een complete aanvraag, en dat de tijd die u nodig heeft voor onderzoeken en de onderbouwing daar volledig buiten valt. In de praktijk is dat voorbereidende deel vaak langer dan de procedure zelf.

De kosten bestaan uit vier posten:

  • Advieskosten voor het opstellen van de onderbouwing en de begeleiding.
  • Onderzoekskosten, afhankelijk van welke aspecten spelen: bodem, geluid, geur, ecologie, archeologie, water, stikstof.
  • De landschapsinvestering of sloopopgave bij plannen in het Brabantse landelijk gebied. Deze post wordt het vaakst onderschat.
  • Gemeentelijke kosten: leges, en bij aangewezen bouwactiviteiten het kostenverhaal.

Dat laatste verdient aandacht. Bij aangewezen bouwactiviteiten, waaronder het bouwen van woningen, is kostenverhaal verplicht. Dat loopt bij voorkeur via een anterieure overeenkomst. Plankosten die onder het verplichte kostenverhaal vallen mogen niet ook nog via de leges in rekening worden gebracht. Vraag de gemeente daarom expliciet hoe zij leges en kostenverhaal scheidt.

De meest gemaakte fouten

  • Uitgaan van de gedownloade pdf van het oude bestemmingsplan. De bruidsschat en eventuele wijzigingen sinds 2024 staan daar niet in.
  • Geen principeverzoek doen en meteen onderzoeken laten uitvoeren. U betaalt dan voor onderzoek dat mogelijk niet nodig was, of dat op de verkeerde vraag antwoord geeft.
  • Het provinciale spoor overslaan. In Brabant is een gemeentelijk ja niet genoeg.
  • Denken dat de kruimelgevallenregeling nog bestaat. Er is geen vaste lijst meer.
  • De landschapsinvestering pas aan het eind meenemen, terwijl zij de haalbaarheid van het hele plan kan bepalen.
  • Niet controleren of het plan onder het adviesrecht van de raad valt. Dat bepaalt uw planning, en bij een negatief advies ook de uitkomst.
  • Een onvolledige aanvraag indienen om alvast de klok te laten lopen. De klok begint pas bij volledigheid.

Praktijkvoorbeeld uit Noord-Brabant

Een eigenaar van een voormalig agrarisch perceel wil twee schuren slopen en op die plek één woning realiseren. In het tijdelijke deel van het omgevingsplan, voortgekomen uit het oude bestemmingsplan, rust op het perceel een agrarische bestemming zonder woonfunctie. Het plan wijkt daarmee af.

Uit het principeverzoek blijkt dat de gemeente positief staat tegenover de sloop, maar dat de provinciale regels over het landelijk gebied een nieuwe burgerwoning in beginsel niet toestaan. De oplossing wordt gezocht in de sloop-voor-bouw-systematiek, gekoppeld aan een investering in landschappelijke inpassing. Na aanpassing van het plan volgt een BOPA met de reguliere procedure. Het traject van eerste gesprek tot vergunning duurt ruim een jaar, waarvan het grootste deel voorbereiding is.

Dit voorbeeld is geanonimiseerd en dient ter illustratie van de aanpak.

Veelgestelde vragen

Bestaat mijn bestemmingsplan nog?

De regels wel, het plan als zelfstandig instrument niet. Sinds 1 januari 2024 vormen alle bestemmingsplannen samen het tijdelijke deel van het omgevingsplan van uw gemeente. De inhoud is ongewijzigd overgezet en geldt onverkort door, totdat de gemeente die regels vervangt door nieuwe.

Kan ik het bestemmingsplan nog laten wijzigen?

Niet onder die naam. U kunt het omgevingsplan laten wijzigen, wat de opvolger is van de herziening, of een omgevingsvergunning aanvragen om ervan af te wijken. Welke route past, hangt af van de omvang en het structurele karakter van uw plan.

Wat is het verschil tussen een omgevingsplan en een bestemmingsplan?

Het bestemmingsplan ging alleen over het gebruik en de bebouwing van gronden. Het omgevingsplan is breder en kan ook regels bevatten over geluid, geur, bodem, monumenten, kappen en evenementen. Verder heeft elke gemeente er precies één, terwijl er vroeger tientallen bestemmingsplannen naast elkaar bestonden.

Wat is de bruidsschat?

Een pakket regels dat voorheen landelijk gold en dat het Rijk bij de invoering van de Omgevingswet heeft overgedragen aan de gemeenten. Het staat in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan en bevat onder meer regels over geluid door activiteiten, bodem en vergunningvrij bouwen. Deze regels stonden nooit in uw bestemmingsplan, dus u kunt er onverwacht tegenaan lopen.

Waar zie ik welke regels op mijn perceel gelden?

In het Omgevingsloket, via de kaart op uw adres. Dat is de enige plek waar het tijdelijke deel, het nieuwe deel en de bruidsschat samen worden getoond. Oude planviewers en gedownloade pdf’s geven een onvolledig beeld.

Wat is er gebeurd met de kruimelgevallenregeling?

Die bestaat niet meer. De Omgevingswet kent geen vaste lijst van lichte afwijkingen. In plaats daarvan is er één instrument, de buitenplanse omgevingsplanactiviteit, dat standaard de reguliere procedure volgt. Voor kleinere plannen pakt dat vaak sneller uit dan vroeger.

Hoe lang duurt het wijzigen van het omgevingsplan?

Gemiddeld één tot twee jaar. Het ontwerpbesluit ligt zes weken ter inzage, de gemeenteraad stelt het besluit vast, en daarna geldt een beroepstermijn van zes weken bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een BOPA is met acht tot veertien weken beslistermijn aanzienlijk sneller, maar niet voor elk plan geschikt.

Wat kost het wijzigen van het omgevingsplan?

De kosten bestaan uit advieskosten, onderzoekskosten, in het Brabantse buitengebied een landschapsinvestering, en gemeentelijke kosten in de vorm van leges en eventueel kostenverhaal. De bandbreedte hangt sterk af van de omvang van het plan en van welke onderzoeken nodig zijn. Een principeverzoek vooraf geeft daar een realistische indicatie van.

Heb ik een principeverzoek nodig?

Het is niet verplicht, maar bij een plan dat afwijkt van het omgevingsplan vrijwel altijd verstandig. U peilt of de gemeente in beginsel wil meewerken voordat u investeert in onderzoeken, en u krijgt de randvoorwaarden vroeg in beeld.

Mijn plan past binnen het omgevingsplan. Heb ik dan nog een vergunning nodig?

Vaak wel. Passen binnen de regels betekent niet automatisch vergunningvrij. Is er een vergunning vereist, dan vraagt u een binnenplanse omgevingsplanactiviteit aan, en toetst de gemeente uitsluitend aan de regels in het plan zelf. Die toets is beperkt, wat uw positie sterk maakt.

Conclusie

Het bestemmingsplan bestaat niet meer als zelfstandig instrument, maar de regels ervan gelden door als het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Daarnaast geldt de bruidsschat, een pakket voormalige rijksregels dat nooit in uw oude plan stond. Werk daarom altijd vanuit het Omgevingsloket en niet vanuit een gedownloade pdf.

De oude routes zijn vervangen. Past uw plan binnen de regels maar is er een vergunning nodig, dan is dat een binnenplanse omgevingsplanactiviteit met een beperkte toets. Wijkt uw plan af, dan is de BOPA de gangbare route. Is uw plan grootschalig of structureel, of raakt het rechten van derden, dan moet het omgevingsplan zelf worden gewijzigd.

Drie dingen bepalen in de praktijk hoe uw traject verloopt. Of u vooraf toetst met een principeverzoek in plaats van meteen te investeren in onderzoek. Of u het provinciale spoor meeneemt, want in Brabant is een gemeentelijk ja niet genoeg. En of uw plan onder het bindend adviesrecht van de gemeenteraad valt, want dat bepaalt zowel uw planning als de uitkomst.

Bronnen

  • Omgevingswet, artikelen 16.15a, 16.64 en 16.65, wetten.overheid.nl
  • Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 8.0a lid 1 en lid 2, en de artikelen 8.0b tot en met 8.0e, wetten.overheid.nl
  • Omgevingsbesluit, artikel 10.24, wetten.overheid.nl
  • Omgevingsregeling, artikel 7.207b, wetten.overheid.nl
  • Invoeringswet Omgevingswet, overgangsrecht omgevingsplan, wetten.overheid.nl
  • Bruidsschat, hoofdstuk 22 van het omgevingsplan, wetten.overheid.nl
  • Informatiepunt Leefomgeving: omgevingsplan, tijdelijk deel en bruidsschat, iplo.nl
  • Omgevingsverordening Noord-Brabant, brabant.nl

Wettelijke stand gecontroleerd op 2 september 2026. Wet- en regelgeving, gemeentelijk beleid en legestarieven wijzigen. Laat uw eigen situatie altijd op de actuele regels toetsen.

Donkers Advies

Ruimtelijk adviesbureau gespecialiseerd in de Omgevingswet. Begeleidt particulieren, ondernemers en projectontwikkelaars bij principeverzoeken, OPA, BOPA en wijzigingen van het omgevingsplan.

Uw plan laten toetsen

Weet u niet welke route bij uw initiatief past, of loopt u vast op regels waarvan u niet kunt herleiden waar ze vandaan komen? Donkers Advies beoordeelt uw plan aan het actuele omgevingsplan, inclusief het tijdelijke deel, de bruidsschat en de provinciale instructieregels, en adviseert over de route die het snelst tot een besluit leidt.

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan

Of bel direct: 06 44 84 87 72

Meer lezen: wat een BOPA precies is, het omgevingsplan wijzigen en een OPA aanvragen.