Principeverzoek

Principeverzoek indienen bij de gemeente: het complete stappenplan

Voordat u geld uitgeeft aan onderzoeken, tekeningen en een formele aanvraag, wilt u één ding weten: wil de gemeente hier eigenlijk aan meewerken? Het principeverzoek is het instrument waarmee u dat vroeg uitzoekt, tegen een fractie van de kosten van een volledig traject.

De meeste initiatiefnemers gebruiken het verkeerd. Zij sturen een schets met de vraag “kan dit?” en krijgen een antwoord dat juridisch niets waard blijkt te zijn. Of zij vragen niets, dienen direct een aanvraag in, en ontdekken na drie maanden dat het provinciale beleid hun plan al bij voorbaat uitsloot.

Een goed principeverzoek doet twee dingen tegelijk. Het haalt de randvoorwaarden op waarbinnen u kunt werken, en het legt een reactie vast die u later daadwerkelijk kunt gebruiken. Dat tweede is waar het juridisch interessant wordt, en waar deze pagina uitgebreider op ingaat dan gebruikelijk. Want de vraag “hoe hard is een positieve principe-uitspraak?” heeft een concreet antwoord, en dat antwoord bepaalt hoe u uw verzoek moet opstellen. Wilt u dat ik uw principeverzoek opstel en indien? Dat scherpt precies die vraag.

Hieronder het volledige traject: wat een principeverzoek is, hoe het onder de Omgevingswet heet, wat het kost, wat erin moet, hoe de gemeente het beoordeelt, wat u met elk type antwoord doet, en welke fouten het vaakst terugkomen. Met bijzondere aandacht voor Noord-Brabant, waar een positief gemeentelijk antwoord bepaald niet het laatste woord is.

Wettelijke stand: 24 juli 2026.

Wat is een principeverzoek?

Een principeverzoek is een verzoek aan de gemeente om vóór de formele procedure een standpunt in te nemen over uw ruimtelijke initiatief. U legt uw plan op hoofdlijnen voor, de gemeente toetst het aan het omgevingsplan en aan haar beleid, en u krijgt te horen of zij in beginsel bereid is mee te werken.

Drie kenmerken bepalen wat u er wel en niet aan heeft.

Het is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Een principe-uitspraak is niet gericht op rechtsgevolg. Er staat daarom geen bezwaar of beroep tegen open. U kunt een negatieve reactie niet aanvechten bij de rechter; u kunt alleen uw plan aanpassen, de gemeente proberen te overtuigen, of alsnog een formele aanvraag indienen en het besluit op die aanvraag aanvechten.

Er geldt geen wettelijke beslistermijn. Omdat het geen aanvraag in de zin van de Awb is, gelden de beslistermijnen van de Awb niet. De gemeente is niet in gebreke te stellen. In de praktijk hanteren gemeenten interne termijnen die variëren van vier tot twaalf weken, soms langer.

Het is niet wettelijk verplicht. U mag direct een formele aanvraag indienen. Bij een eenvoudig plan dat duidelijk binnen het omgevingsplan past, is dat vaak ook verstandiger: u betaalt dan niet twee keer leges.

Dat een principe-uitspraak geen besluit is, betekent overigens niet dat zij vrijblijvend is. Zie de paragraaf over het vertrouwensbeginsel verderop. Daar zit de werkelijke waarde van een goed opgesteld verzoek.

Principeverzoek, vooroverleg, conceptverzoek of omgevingsoverleg: wat is het verschil?

Hier lopen vier termen door elkaar, en dat is verwarrender dan nodig omdat gemeenten ze niet consequent gebruiken.

Omgevingsoverleg is de verzamelnaam die de VNG hanteert voor alle vormen van overleg die voorafgaan aan een formele aanvraag. Het is geen wettelijk begrip. Gemeenten zijn vrij in hun eigen benaming, en dat merkt u: dezelfde stap heet in de ene gemeente principeverzoek, in de volgende vooroverleg, en elders schetsplan, conceptverzoek, intakeverzoek of omgevingstafel.

Principeverzoek is de meest gebruikte naam voor het verzoek waarbij u vraagt of de gemeente wil meewerken aan een plan dat niet binnen het omgevingsplan past. Dat is de zwaarste variant, en de variant waar deze pagina over gaat.

Vooroverleg wordt vaak gebruikt voor hetzelfde, maar soms ook voor een lichtere ambtelijke toets zonder collegebesluit. Vraag altijd na wat uw gemeente ermee bedoelt, want het verschil bepaalt hoeveel uw antwoord waard is.

Conceptverzoek is iets anders, en dit wordt structureel verward. Het conceptverzoek is een knop in het Omgevingsloket waarmee u een reeds ingevulde aanvraag laat controleren voordat u haar definitief indient. De knop verschijnt pas nadat u het hele aanvraagformulier heeft doorlopen. Het is dus een compleetheidscontrole, geen haalbaarheidstoets. Daarnaast kent het Omgevingsloket de optie “Verken uw idee”, waarmee u met minder informatie kunt aftasten of een idee wenselijk is.

Een veelgehoorde en te absolute stelling is dat een principeverzoek nooit via het Omgevingsloket loopt. Dat klopt niet helemaal. Gemeenten kunnen het conceptverzoek in het Omgevingsloket activeren, maar de standaardinstelling voor gemeenten is dat zij dit niet toestaan. In de praktijk dient u uw principeverzoek daarom meestal rechtstreeks bij de gemeente in, via een eigen formulier of per e-mail aan de afdeling vergunningen. Controleer het per gemeente in plaats van het aan te nemen.

TermWat het isWaar u het indient
OmgevingsoverlegVNG-verzamelnaam voor alle vooroverlegn.v.t.
PrincipeverzoekHaalbaarheidstoets bij afwijking van het omgevingsplanMeestal rechtstreeks bij de gemeente
VooroverlegWisselend: soms hetzelfde, soms lichter en ambtelijkMeestal rechtstreeks bij de gemeente
ConceptverzoekCompleetheidscontrole van een ingevulde aanvraagOmgevingsloket, mits de gemeente dit heeft aangezet
Verken uw ideeVerkenning met beperkte informatieOmgevingsloket
OmgevingstafelOverleg met meerdere ketenpartners tegelijkOp uitnodiging van de gemeente

Praktisch advies: noem in uw eigen correspondentie de term die uw gemeente op haar website hanteert. Dat scheelt misverstanden bij de intake en voorkomt dat uw verzoek in de verkeerde werkstroom belandt.

Wanneer is een principeverzoek zinvol, en wanneer niet?

Een principeverzoek is geen standaardstap. Het kost geld en tijd, en er zijn situaties waarin het puur verlies is.

Wel doen:

  • uw plan past niet binnen het omgevingsplan, en u twijfelt of dat nu een BOPA of een wijziging is van het omgevingsplan
  • de benodigde onderzoeken zijn duur, bijvoorbeeld bij stikstof, soortenbescherming of archeologie
  • er speelt beleidsmatige onzekerheid, zeker in het buitengebied
  • het plan is gevoelig voor de omgeving en u wilt draagvlak peilen voordat u zichtbaar wordt
  • de gemeente heeft geen beleidsregels waaruit blijkt hoe zij met dit type initiatief omgaat
  • u overweegt een aankoop die alleen rendabel is bij een agrarische bestemming wijzigen naar wonen of een andere functiewijziging

Niet doen, of eerst verder uitzoeken:

  • uw plan is vergunningvrij. Controleer dit eerst met de vergunningcheck in het Omgevingsloket
  • uw plan past binnen het omgevingsplan en er is alleen een reguliere vergunning nodig. Dien dan direct een binnenplanse omgevingsplanactiviteit in en bespaar de dubbele leges
  • het omgevingsplan bevat een binnenplanse afwijkmogelijkheid die uw plan al toelaat
  • de gemeente heeft beleidsregels waarin uw situatie expliciet is uitgesloten. Dan levert een principeverzoek een voorspelbaar nee op, en kunt u beter eerst het plan aanpassen
  • het gaat om een zeer klein bouwwerk. Sommige gemeenten adviseren in dat geval expliciet om direct een aanvraag te doen

Het loont dus om vóór het principeverzoek een korte haalbaarheidstoets te doen. Die kost een fractie van het verzoek zelf en voorkomt dat u leges betaalt voor een vraag die u ook zonder de gemeente had kunnen beantwoorden.

Hoe hard is een positieve reactie juridisch?

Dit is de vraag waar het in de praktijk op aankomt, en waar de meeste informatie op internet tekortschiet. “Niet bindend” is het gebruikelijke antwoord, en dat is te kort door de bocht.

Juridisch klopt het: een principe-uitspraak is geen besluit en schept geen recht op een vergunning. Maar dat betekent niet dat de gemeente er zomaar op terug kan komen. Doet zij dat, dan kunt u zich beroepen op het vertrouwensbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelt zo’n beroep sinds haar uitspraak van 29 mei 2019 in de zaak van de Amsterdamse dakopbouw (ECLI:NL:RVS:2019:1694) aan de hand van drie stappen. Die uitspraak maakte de toets aanzienlijk gunstiger voor de burger dan daarvoor.

Stap 1: is er een toezegging gedaan?

Bepalend is niet wat de gemeente bedoelde, maar hoe de uitlating overkomt op een redelijk denkende burger. Dat is een belangrijke verschuiving: het perspectief ligt bij u, niet bij het bestuursorgaan. Een toezegging kan blijken uit een brief, maar ook uit gedrag of uit het nalaten van actie.

Twee dingen ondermijnen deze stap. Algemene voorlichting telt niet als toezegging. En een uitlating met een uitdrukkelijk voorbehoud evenmin. Precies daarom eindigen vrijwel alle gemeentelijke principe-uitspraken met een zin in de trant van “aan deze reactie kunnen geen rechten worden ontleend”.

Die standaardzin maakt uw positie zwakker, maar niet automatisch kansloos. Doorslaggevend blijft hoe de reactie als geheel overkomt. Een brief die concreet ingaat op uw plan, voorwaarden formuleert en aangeeft welke vervolgstappen de gemeente verwacht, komt op een redelijk denkende burger anders over dan een vrijblijvende algemene mededeling, ook als er een standaardvoorbehoud onder staat.

Aan uw kant geldt bovendien een voorwaarde die vaak wordt vergeten: u moet te goeder trouw zijn en de relevante feiten correct hebben weergegeven. Er rust een onderzoeksplicht op u. Wie zijn plan in het principeverzoek gunstiger voorstelt dan het is, bijvoorbeeld door een naburig bedrijf of een bestaande belemmering onvermeld te laten, ondermijnt daarmee zijn eigen beroep op het vertrouwensbeginsel op het moment dat hij het nodig heeft.

Stap 2: is de toezegging toe te rekenen aan het bevoegde bestuursorgaan?

Ook hier geldt het burgerperspectief. U moet op goede gronden hebben kunnen aannemen dat degene die de uitlating deed, de opvatting van het bevoegde orgaan vertolkte. Een geslaagde schijn van bevoegdheid kan voldoende zijn: heeft een wethouder binnen zijn portefeuille uitlatingen gedaan en was voor u niet kenbaar dat hij daartoe niet bevoegd was, dan kan het college zich niet zomaar op die onbevoegdheid beroepen.

Voor uw praktijk betekent dit één ding: vraag om een principe-uitspraak van het college van burgemeester en wethouders, niet om een mail van de behandelend ambtenaar. Beide kunnen meetellen, maar een collegebesluit staat op deze stap onvergelijkbaar veel steviger. Het scheelt weinig moeite om dit expliciet te vragen, en het kan later het verschil maken.

Stap 3: de belangenafweging

Ook als de eerste twee stappen slagen, hoeft de gemeente het gewekte vertrouwen niet altijd te honoreren. Zij weegt uw belang af tegen het algemeen belang en tegen de belangen van derden, zoals omwonenden. Weegt het algemeen belang zwaarder, dan kan zij alsnog anders besluiten. In dat geval kan wel een vergoeding aan de orde zijn van de schade die u heeft geleden doordat u op de toezegging bent afgegaan.

Dit verklaart waarom het zo belangrijk is dat u de omgeving vroeg betrekt. Belangen van derden wegen in stap 3 uitdrukkelijk mee. Een plan waarover omwonenden niet zijn geïnformeerd en die zich later roeren, verzwakt uw positie precies op het moment dat u haar nodig heeft.

Wat dit betekent voor de manier waarop u uw verzoek opstelt

De juridische waarde van uw principe-uitspraak wordt grotendeels bepaald door de kwaliteit van uw eigen verzoek. Vijf concrete punten:

  1. Beschrijf uw plan volledig en eerlijk, inclusief de lastige elementen. Dat voelt contraproductief en is het niet: het beschermt uw beroep op het vertrouwensbeginsel.
  2. Vraag om een uitspraak van het college, en leg dat schriftelijk vast in uw verzoek.
  3. Formuleer een concrete vraag. Niet “wat vindt u ervan”, maar: is het college bereid medewerking te verlenen aan het toestaan van deze activiteit op dit perceel, en zo ja onder welke voorwaarden?
  4. Laat de voorwaarden expliciet benoemen. Een reactie met concrete voorwaarden is bruikbaarder dan een algemeen positief antwoord, ook al lijkt dat laatste prettiger.
  5. Vraag door bij een algemeen voorbehoud. Krijgt u een positief antwoord met alleen een standaardvoorbehoud, stel dan schriftelijk de vervolgvraag welke concrete punten nog aan medewerking in de weg kunnen staan. Het antwoord daarop is vaak specifieker en daarmee waardevoller.

Wat kost een principeverzoek?

De kosten vallen in twee delen uiteen, en het eerste deel wordt structureel over het hoofd gezien.

Gemeentelijke leges. De meeste gemeenten brengen kosten in rekening voor de behandeling van een principeverzoek, op grond van hun legesverordening. De tarieven lopen sterk uiteen, in de praktijk grofweg van rond de honderdvijftig euro tot ruim vierhonderd euro voor een standaardverzoek. Bij grotere projecten hanteren sommige gemeenten hogere of gestaffelde tarieven.

Vier dingen om te weten voordat u indient:

  • Leges zijn verschuldigd vanaf het moment dat de gemeente uw verzoek in behandeling neemt, ongeacht de uitkomst. Een negatief antwoord levert dus geen teruggaaf op.
  • Veel gemeenten verrekenen de leges van het principeverzoek later met de leges voor de vergunningaanvraag. Dat is geen automatisme en er gelden vaak voorwaarden: de aanvraag moet op hetzelfde plan zien en binnen een bepaalde termijn worden ingediend. Die termijn varieert per gemeente, van enkele maanden tot twee jaar.
  • Sommige gemeenten rekenen extra leges als u niet digitaal indient.
  • Behandelt de gemeente uw plan meerdere keren, bijvoorbeeld omdat het opnieuw langs de intaketafel of de adviescommissie moet, dan kunnen daarvoor aanvullende leges gelden.

Advieskosten als u het verzoek laat opstellen. Deze zijn afhankelijk van de complexiteit van het initiatief en van hoeveel voorwerk nodig is. De grootste kostenbepaler is niet de omvang van het bouwplan maar het aantal beleidsmatige gevoeligheden op de locatie.

Wat u nog niet betaalt: onderzoekskosten. Dat is precies de reden om een principeverzoek te doen. Een AERIUS-berekening, akoestisch onderzoek of ecologische quickscan vraagt de gemeente in deze fase doorgaans niet. Blijkt het plan kansloos, dan heeft u die kosten bespaard, en die lopen bij een volledig traject al snel in de duizenden euro’s.

Let op één post die vaak pas laat opduikt: bij een positieve principe-uitspraak volgt bij veel ontwikkelingen een anterieure overeenkomst over kostenverhaal. Vraag daar in deze fase al naar. Weten wat de gemeente aan kostenverhaal en eventuele landschapsinvestering verwacht, verandert soms de hele businesscase.

Wat moet er in een principeverzoek staan?

Er bestaat geen wettelijk voorgeschreven inhoud. Gemeenten stellen hun eigen eisen, en sommige hanteren een intakeformulier. De onderstaande opbouw werkt in vrijwel elke gemeente en sluit aan op de manier waarop de beoordelaar leest.

1. Aanleiding en vraagstelling

Begin met wat u wilt bereiken en met de concrete vraag aan het college. Dit is de belangrijkste alinea van het hele document en meestal de zwakste. Formuleer de vraag zo dat het antwoord bruikbaar is.

2. Beschrijving van het initiatief

Wat gaat u doen, in welke omvang, met welke functie, en voor wie? Wees concreet in aantallen, oppervlakten en hoogten. Een verzoek dat te vaag is om te beoordelen, levert een antwoord op dat te vaag is om iets aan te hebben.

3. Beschrijving van de locatie en de bestaande situatie

Adres, kadastrale gegevens, huidige situatie, omliggende functies en gebruik. Voeg foto’s toe. Vermeld ook wat er in de directe omgeving speelt, inclusief zaken die tegen u kunnen werken. Zie de onderzoeksplicht bij het vertrouwensbeginsel.

4. Toetsing aan het omgevingsplan

Welke functie en regels gelden er nu, precies op welke punten wijkt uw plan daarvan af, en is er een binnenplanse afwijkmogelijkheid die mogelijk toereikend is? Deze analyse hoort in uw verzoek, niet in het hoofd van de ambtenaar. Zij bepaalt bovendien welke route in beeld komt.

5. Beleidstoets op hoofdlijnen

Gemeentelijke omgevingsvisie, programma’s en eventuele BOPA-beleidsregels. Voor Noord-Brabant vooral de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Toets niet uitputtend, maar wel gericht op de kaders die uw plan raken.

6. Eerste motivering op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Ook in deze fase toetsen gemeenten al aan het criterium dat later beslissend is: leidt het toestaan van deze activiteit op deze locatie tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Voor de latere BOPA is dat vastgelegd in artikel 8.0a lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. U hoeft in het principeverzoek geen volledige ruimtelijke onderbouwing te leveren, maar wel per relevant omgevingsaspect aan te geven dat u het heeft doordacht en waarom u verwacht dat het geen belemmering vormt.

7. Tekeningen en beeldmateriaal

Situatietekening met noordpijl en maatvoering, een principeplattegrond, gevelaanzichten of een impressie, en zo mogelijk een schets van de landschappelijke inpassing. Voor het buitengebied in Brabant is dat laatste geen luxe maar vaak de kern van de beoordeling.

8. Participatie

Beschrijf wat u al met de omgeving heeft gedaan of van plan bent te doen. In deze fase is dat nog niet verplicht, maar het weegt mee in de bestuurlijke afweging en het versterkt uw positie in stap 3 van het vertrouwensbeginsel.

9. Uitvoerbaarheid op hoofdlijnen

Kort: is het plan financieel realiseerbaar en op welke termijn? Benoem dat u bereid bent afspraken te maken over kostenverhaal. Dat neemt bij het college een bekende zorg weg.

Stap voor stap: van idee tot principe-uitspraak

Stap 1: haalbaarheidstoets vooraf

Voordat u iets indient, toetst u het plan zelf aan het omgevingsplan, de gemeentelijke beleidsregels en het provinciale beleid. Uitkomst: kansrijk, kansrijk mits aangepast, of kansloos. In het laatste geval past u het plan aan of kiest u een andere locatie, en bespaart u de leges.

Stap 2: oriënterend ambtelijk contact

Bel of mail de behandelend ambtenaar voordat u indient. Vraag welke vorm van vooroverleg de gemeente hanteert, welke stukken zij verwacht, of het plan langs een intaketafel of omgevingstafel gaat, en of de gemeenteraad hierin een rol speelt. Dit kost een half uur en voorkomt dat uw verzoek in de verkeerde vorm binnenkomt.

Stap 3: het verzoek opstellen

Volgens de opbouw hierboven. Reken op één tot drie weken, afhankelijk van hoeveel voorwerk nodig is en of er tekeningen gemaakt moeten worden.

Stap 4: indienen

Meestal rechtstreeks bij de gemeente, via een eigen formulier, een intakeformulier of per e-mail aan de afdeling vergunningen. Controleer of uw gemeente het conceptverzoek in het Omgevingsloket heeft opengesteld. Vraag om een ontvangstbevestiging met een indicatie van de behandeltermijn.

Stap 5: ambtelijke beoordeling en interne advisering

De behandelend ambtenaar toetst en vraagt intern advies. Afhankelijk van het plan komen stedenbouw, verkeer, milieu, erfgoed, de omgevingsdienst of het waterschap in beeld. Bij plannen in het buitengebied van Noord-Brabant is afstemming met de provincie in deze fase geen uitzondering.

Stap 6: intaketafel of omgevingstafel

Veel gemeenten bespreken initiatieven aan een intaketafel, waar wordt bepaald of het plan wenselijk is, en vervolgens eventueel aan een omgevingstafel, waar de betrokken partijen samen aan tafel zitten. Wordt u uitgenodigd, ga dan. Een half uur toelichting doet vaak meer voor uw plan dan tien pagina’s tekst.

Stap 7: besluitvorming

Bij een lichte variant volstaat een ambtelijke reactie. Bij een echt principeverzoek neemt het college een principebesluit. Vraag hier expliciet om, gelet op stap 2 van het vertrouwensbeginsel.

Stap 8: de reactie

U ontvangt een brief met de principe-uitspraak, doorgaans met voorwaarden en vervolgstappen. Lees die brief kritisch en stel schriftelijk vervolgvragen als iets onduidelijk blijft. Dit is het document waarop uw hele vervolgtraject rust.

Hoe beoordeelt de gemeente uw principeverzoek?

De beoordeling verloopt langs vijf lijnen, en het helpt om te weten in welke volgorde die worden afgelopen.

Past het binnen het omgevingsplan? Zo ja, dan is een principeverzoek meestal overbodig en krijgt u dat te horen. Zo nee, dan gaat de vraag verder.

Is er beleid dat hierop ziet? Beleidsregels, omgevingsvisie, sectoraal beleid. Bestaat er beleid, dan is de uitkomst grotendeels voorspelbaar. Bestaat het niet, dan wordt het een bestuurlijke afweging en telt de kwaliteit van uw motivering zwaarder.

Staan hogere regels in de weg? Provinciale instructieregels en rijksregels. Dit is het punt waarop plannen in het Brabantse buitengebied het vaakst stranden, en waarop de gemeente geen ruimte heeft om anders te besluiten.

Leidt het tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Op hoofdlijnen: zijn er belemmeringen te voorzien op het gebied van geluid, geur, natuur, verkeer, water of gezondheid, en zijn die oplosbaar?

Is het bestuurlijk wenselijk? Hier weegt het college mee wat het plan betekent voor de omgeving, of het past bij de koers van de gemeente, en of er precedentwerking van uitgaat. Precedentwerking is een reëel en veelgebruikt argument: een college dat één keer meewerkt aan een woning buiten het bouwvlak realiseren, krijgt de vraag daarna vaker.

Twee dingen die uw planning kunnen beïnvloeden. De gemeenteraad kan gevallen hebben aangewezen waarin hij een bindend advies uitbrengt over een latere BOPA (artikel 16.15a Omgevingswet). Sommige gemeenten betrekken de raad al bij het principeverzoek. Dat kost tijd, want de raad vergadert niet wekelijks, maar het levert wel een aanzienlijk steviger vertrekpunt op. En bij ontwikkelingen waarvoor kostenverhaal verplicht is, wil de gemeente vaak al in deze fase weten of u bereid bent een anterieure overeenkomst te sluiten.

Hoe lang duurt het?

FaseDoorlooptijd
Haalbaarheidstoets vooraf1 tot 2 weken
Oriënterend ambtelijk contactenkele dagen
Verzoek opstellen1 tot 3 weken
Behandeling door de gemeente4 tot 12 weken, soms langer
Behandeling met raadsbetrokkenheid3 tot 6 maanden

Er geldt geen wettelijke termijn en de gemeente is niet in gebreke te stellen. Wat u wel kunt doen: bij indiening vragen om een indicatieve behandeltermijn en een contactpersoon, en tussentijds actief contact onderhouden. Verreweg de meeste vertraging ontstaat doordat een intern advies blijft liggen of doordat een aanvullende vraag niet doorkomt. Een adviseur die in de tussentijd contact houdt, versnelt het traject vaak meer dan een beter geschreven verzoek.

De drie mogelijke reacties, en wat u ermee doet

Positieve grondhouding

De gemeente is in beginsel bereid mee te werken, vrijwel altijd onder voorwaarden.

Wat u nu doet: lees de voorwaarden precies. Toets of ze uitvoerbaar en betaalbaar zijn, want een landschapsinvestering of een kostenverhaalsbijdrage kan de businesscase veranderen. Bevestig schriftelijk hoe u de voorwaarden opvat, zodat er geen verschil van inzicht ontstaat. Vraag welke onderzoeken de gemeente daadwerkelijk nodig heeft: dit is het moment om de onderzoekslast te beperken. En start dan pas de onderzoeken en de ruimtelijke onderbouwing.

Let op de houdbaarheid. Beleid verandert, colleges wisselen, en een principe-uitspraak van drie jaar oud heeft aanzienlijk minder gewicht dan een van drie maanden. Loopt uw traject vertraging op, vraag dan om een schriftelijke bevestiging dat het standpunt ongewijzigd is.

Voorwaardelijke reactie

Medewerking is mogelijk, maar alleen na aanpassing van het plan of aanvullend onderzoek. Dit is in de praktijk de meest voorkomende uitkomst en eigenlijk goed nieuws: u weet nu wat er moet gebeuren.

Wat u nu doet: zoek uit of de voorwaarden hard zijn of onderhandelbaar. Voorwaarden die voortvloeien uit provinciale instructieregels zijn hard. Voorwaarden die voortvloeien uit gemeentelijk beleid of uit een stedenbouwkundige voorkeur zijn dat vaak niet. Pas het plan aan en leg het opnieuw voor, of vraag om een gesprek. Een tweede ronde is normaal, al kunnen daar bij sommige gemeenten extra leges aan verbonden zijn.

Negatieve grondhouding

De gemeente ziet binnen het huidige beleid geen mogelijkheden.

Wat u nu doet: zie de volgende paragraaf.

Uw principeverzoek is afgewezen: wat nu?

Een negatieve reactie is geen besluit, dus u kunt niet in bezwaar. Dat voelt als een doodlopende weg en is het meestal niet. Vijf routes, in volgorde van kansrijkheid. Lees de uitgebreide uitwerking van wat u kunt doen bij een afgewezen principeverzoek, inclusief hoe u de echte reden achterhaalt en wanneer de gemeente van haar eigen beleid moet afwijken.

  1. Achterhaal de werkelijke reden. Vraag een gesprek aan en stel de vraag scherp: is dit een juridische belemmering, een beleidskeuze of een bestuurlijke voorkeur? Het antwoord bepaalt alles. Een provinciale instructieregel is een muur. Een beleidsregel is een muur met een deur erin, want van beleidsregels kan het college op grond van artikel 4:84 Awb afwijken bij bijzondere omstandigheden. Een bestuurlijke voorkeur is onderhandelbaar.

  2. Pas het plan aan. In de praktijk de meest succesvolle route. Kleiner, op een andere plek op het perceel, met een andere functiemix, of met een steviger landschappelijke inpassing. Veel afwijzingen gaan over de omvang of de situering, niet over het principe.

  3. Zoek een ander beleidsspoor. Uw plan past soms niet in de route die u koos, maar wel in een andere. In Noord-Brabant zijn dat bijvoorbeeld Ruimte voor Ruimte, de Maatwerkregeling omgevingskwaliteit of een saneringscomponent. Dat vraagt een andere opzet van het plan, maar het opent deuren die anders dicht blijven.

  4. Dien alsnog een formele aanvraag in. Dit is de zware route en kost leges, tijd en onderzoekskosten, met een reële kans op weigering. Zinvol wanneer u meent dat de gemeente het beleid onjuist toepast, want tegen het besluit op de aanvraag staat wél bezwaar en beroep open. Weeg dit goed af.

  5. Vraag om agendering bij de gemeenteraad. Bij plannen die maatschappelijk aantoonbaar wenselijk zijn maar niet in het huidige beleid passen, kan de raad besluiten het beleid aan te passen of een uitzondering te maken. Traag, onzeker, en soms de enige route.

Wat u niet moet doen: hetzelfde verzoek ongewijzigd opnieuw indienen. Dat kost opnieuw leges en levert hetzelfde antwoord op.

Welke fouten worden het meest gemaakt?

Een te vaag verzoek. Een schets met de vraag “kan dit?” levert een antwoord op dat u nergens voor kunt gebruiken. Hoe concreter uw vraag, hoe bruikbaarder het antwoord.

Genoegen nemen met een ambtelijke mail. Prettig snel, juridisch aanzienlijk zwakker dan een collegebesluit. Vraag om een principe-uitspraak van het college.

Lastige omstandigheden weglaten. Het naburige agrarische bedrijf, de bestaande verontreiniging, de eerdere weigering. Het komt later toch boven tafel, en op dat moment verliest u niet alleen tijd maar ook uw beroep op het vertrouwensbeginsel.

Provinciaal beleid overslaan. De gemeente kan positief zijn en toch geen vergunning kunnen verlenen. In Brabant komt dat vaker voor dan initiatiefnemers verwachten.

Onderzoeken laten uitvoeren vóór de reactie. Dat is de kosten die u nu juist wilde besparen. Enige uitzondering: een ecologische quickscan bij sloop- of renovatieplannen, omdat soortenonderzoek seizoensgebonden is en uw hele planning bepaalt.

De voorwaarden niet toetsen op haalbaarheid. Een positief antwoord met voorwaarden die u niet kunt betalen, is materieel een afwijzing. Reken door voordat u verder investeert.

Te lang wachten na een positieve reactie. Beleid en colleges wisselen. Zet het vervolgtraject in gang zolang de uitspraak vers is.

De omgeving pas betrekken bij de formele aanvraag. Omwonenden die via de bekendmaking van uw plan horen, worden sneller bezwaarmaker. Bovendien wegen belangen van derden mee in de derde stap van de vertrouwenstoets.

Van principeverzoek naar formele procedure

Een positieve reactie is geen vergunning. U moet nog een formele procedure doorlopen, en de keuze daarvoor volgt uit de aard van uw plan.

SituatieRouteWat u nodig heeft
Plan past binnen het omgevingsplan, vergunning vereistBinnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA)Beperkte gegevens, geen volledige onderbouwing
Plan wijkt af, individueel initiatiefBuitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)Volledige ruimtelijke onderbouwing met ETFAL-motivering
Plan is groot, gebiedsgericht of structureelWijziging van het omgevingsplanOnderbouwing als toelichting, vaststelling door de raad

Zie voor de details: de omgevingsplanactiviteit (OPA), de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) en de wijziging van het omgevingsplan.

De motivering uit uw principeverzoek is de basis voor de onderbouwing die daarna volgt. Een goed opgesteld verzoek is dus geen verloren investering maar het eerste hoofdstuk van het vervolgtraject.

Noord-Brabant: waarom een gemeentelijk ja niet het laatste woord is

Dit verdient in Brabant een eigen paragraaf, omdat het de meest kostbare misvatting is die ik in de praktijk tegenkom.

Een positieve principe-uitspraak van de gemeente betekent niet dat uw plan doorgaat. De Omgevingsverordening Noord-Brabant bevat instructieregels waaraan de gemeente gebonden is. Werken die regels tegen uw plan, dan kan het college positief zijn en toch geen vergunning verlenen. Dat is geen onwil, dat is gebrek aan bevoegdheid.

De onderwerpen die in het landelijk gebied het vaakst beslissend zijn:

  • de begrenzing van stedelijk en landelijk gebied, die bepaalt of woningbouw op uw locatie überhaupt in beeld komt
  • de verplichting om een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied te laten samengaan met een investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap, wat een reële kostenpost is die u vroeg moet meenemen
  • het Natuur Netwerk Brabant, met aanvullende regels en compensatieverplichtingen
  • de regels voor veehouderijen, waaronder stalderen
  • specifieke sporen voor woningbouw in het buitengebied, zoals Ruimte voor Ruimte en de Maatwerkregeling omgevingskwaliteit

Praktisch: neem de provinciale toets op in uw principeverzoek in plaats van erop te wachten. Dat dwingt de gemeente om er in haar reactie op in te gaan, en het voorkomt dat u drie maanden later hoort dat de provincie een probleem ziet dat u vooraf had kunnen kennen. Bij gevoelige locaties is vooroverleg met de provincie zelf, parallel aan het gemeentelijke traject, verstandig.

Veelgestelde vragen

Is een principeverzoek verplicht?

Nee. U mag direct een formele aanvraag indienen. Bij plannen die afwijken van het omgevingsplan is een principeverzoek in vrijwel alle gevallen wel verstandig, omdat het de onderzoekskosten beperkt en de randvoorwaarden vroeg zichtbaar maakt.

Wat kost een principeverzoek?

De gemeente brengt in de meeste gevallen leges in rekening op grond van haar legesverordening. De tarieven variëren sterk, in de praktijk grofweg van rond de honderdvijftig tot ruim vierhonderd euro voor een standaardverzoek. Daar komen eventuele advieskosten bij. Veel gemeenten verrekenen de leges later met die van de vergunningaanvraag, mits u binnen een bepaalde termijn aanvraagt.

Krijg ik mijn leges terug bij een negatief antwoord?

Doorgaans niet. Leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van het verzoek, niet voor een positieve uitkomst. Controleer de legesverordening van uw gemeente op eventuele teruggaafbepalingen.

Hoe lang duurt de behandeling?

Er geldt geen wettelijke termijn. In de praktijk reageren gemeenten doorgaans binnen vier tot twaalf weken. Wordt de gemeenteraad betrokken, dan loopt dat op tot drie tot zes maanden.

Kan ik bezwaar maken tegen een negatieve reactie?

Nee. Een principe-uitspraak is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, dus bezwaar en beroep staan niet open. U kunt het plan aanpassen, in gesprek gaan, of alsnog een formele aanvraag indienen. Tegen het besluit op die aanvraag staat wél bezwaar en beroep open.

Kan de gemeente terugkomen op een positieve reactie?

Formeel wel, want er is geen sprake van een besluit. In de praktijk niet zonder meer. Komt de gemeente terug op een concrete, aan het college toe te rekenen toezegging waarop u redelijkerwijs mocht vertrouwen, dan kunt u zich beroepen op het vertrouwensbeginsel. De rechter beoordeelt dat in drie stappen: is er een toezegging, is die toe te rekenen aan het bevoegde orgaan, en weegt uw belang op tegen het algemeen belang en de belangen van derden.

Wat is het verschil tussen een principeverzoek en een conceptverzoek?

Een principeverzoek is een haalbaarheidstoets bij een plan dat afwijkt van het omgevingsplan. Een conceptverzoek is een functie in het Omgevingsloket waarmee u een reeds ingevulde aanvraag laat controleren op compleetheid. Het zijn dus verschillende dingen, ook al gebruiken sommige gemeenten de termen door elkaar.

Moet ik participatie organiseren bij een principeverzoek?

Niet verplicht. Bij de latere vergunningaanvraag moet u wel aangeven of participatie heeft plaatsgevonden, en de gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie vóór de aanvraag verplicht is (artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet). Los daarvan is vroeg contact met de omgeving strategisch verstandig.

Hoe lang blijft een positieve principe-uitspraak geldig?

Er geldt geen wettelijke termijn. Naarmate de tijd verstrijkt neemt het gewicht af, zeker als beleid of de samenstelling van het college wijzigt. Duurt uw voorbereiding lang, vraag dan om schriftelijke bevestiging dat het standpunt ongewijzigd is.

Kan ik een principeverzoek indienen voor een pand dat ik nog niet heb gekocht?

Ja, en dat is vaak juist verstandig. U heeft geen eigendom nodig om een principeverzoek te doen. Neem in de koopovereenkomst een ontbindende voorwaarde op die is gekoppeld aan de uitkomst.

Wat als de gemeente positief is maar de provincie niet?

Dan gaat het plan niet door in de voorgestelde vorm. Provinciale instructieregels binden de gemeente. Neem de provinciale toets daarom op in uw principeverzoek, en zoek bij gevoelige locaties vroeg zelf contact met de provincie.

Conclusie

Het principeverzoek is het goedkoopste moment in een ruimtelijk traject om erachter te komen dat uw plan niet haalbaar is, en het beste moment om te horen onder welke voorwaarden het dat wel wordt. Wie deze stap overslaat, betaalt dat vrijwel altijd terug in onderzoekskosten die achteraf overbodig blijken.

Drie dingen bepalen wat u aan uw principeverzoek heeft. Stel een concrete vraag, want een vage vraag levert een onbruikbaar antwoord op. Vraag om een uitspraak van het college in plaats van een ambtelijke mail, want dat verschil telt zwaar in de tweede stap van de vertrouwenstoets. En beschrijf uw plan volledig en eerlijk, inclusief de lastige punten, omdat u anders uw eigen positie ondermijnt op het moment dat u haar nodig heeft.

In Noord-Brabant komt daar één ding bij. Een gemeentelijk ja is niet het laatste woord. Toets uw plan aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant voordat u indient, en reken de kwaliteitsverbetering van het landschap in uw businesscase mee. Wilt u dit niet zelf uitzoeken? Laat uw principeverzoek opstellen en u weet het na één gesprek.

Bronnen

  • Omgevingswet, artikelen 16.15a en 16.55 (wetten.overheid.nl)
  • Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 8.0a lid 2 (wetten.overheid.nl)
  • Algemene wet bestuursrecht, artikelen 1:3 en 4:84 (wetten.overheid.nl)
  • ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694 (Amsterdamse dakopbouw), over het vertrouwensbeginsel
  • VNG, Stappenplan omgevingsoverleg
  • Informatiepunt Leefomgeving, Conceptverzoek in het Omgevingsloket (iplo.nl)
  • Omgevingsverordening Noord-Brabant (brabant.nl)

Wettelijke stand gecontroleerd op 24 juli 2026. Legestarieven, beleidsregels en werkwijzen verschillen per gemeente en wijzigen regelmatig. Laat uw eigen situatie altijd op de actuele regels toetsen.

Donkers Advies

Ruimtelijk adviesbureau gespecialiseerd in de Omgevingswet. Begeleidt particulieren, ondernemers en projectontwikkelaars bij principeverzoeken, OPA, BOPA en wijzigingen van het omgevingsplan.

Uw plan laten toetsen

Donkers Advies stelt principeverzoeken op voor initiatiefnemers in Noord-Brabant, Gelderland en Limburg, en begeleidt het traject van eerste haalbaarheidstoets tot de formele aanvraag. Dankzij ervaring binnen de gemeentelijke praktijk weet u vroeg waar uw plan sterk staat, waar het risico zit, en welke vraag u aan het college moet stellen om een bruikbaar antwoord te krijgen.

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan

Of bel direct: 06 44 84 87 72

Meer over de vervolgstappen: wat is een BOPA, een ruimtelijke onderbouwing opstellen, een OPA aanvragen en het omgevingsplan wijzigen.