Omgevingsplan wijzigen

Past uw plan niet binnen het omgevingsplan en is een vergunning voor een enkele afwijking niet genoeg? Dan moeten de regels zelf worden aangepast. Ik stel de onderbouwing, de planregels en de begrenzing op, voer de afstemming met gemeente en provincie, en begeleid het traject tot de vaststelling door de gemeenteraad.

Een wijziging van het omgevingsplan is de zwaarste van de drie routes en ook de meest politieke. De gemeenteraad beslist, en die beslist niet alleen op inhoud. Ik heb vanuit de gemeentelijke praktijk gezien welke dossiers het halen en welke stranden, en dat verwerk ik in de voorbereiding.

Vraag een strategiegesprek aan

Aanbod

Wat ik voor u doe

  • Een haalbaarheidsanalyse: past uw initiatief binnen het gemeentelijk beleid, en houdt het stand tegen de provinciale instructieregels? Dat laatste is bij deze route bepalend, want de gemeente is aan die regels gebonden.
  • Advies over de route. Een wijziging van het omgevingsplan is vaak niet nodig. Blijkt een lichtere procedure te volstaan, dan hoort u dat van mij voordat u begint.
  • De motivering: de ruimtelijke onderbouwing waarin ik aantoon dat de wijziging leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
  • De planregels en de werkingsgebieden: de juridische tekst en de begrenzing op de kaart die straks voor iedereen op die locatie gelden.
  • Coördinatie van de onderzoeken die uw plan nodig heeft, zodat u niet zelf zeven bureaus hoeft aan te sturen.
  • De afstemming met gemeente en provincie, de zienswijzennota en de begeleiding tot en met de vaststelling.

U heeft in dat hele traject één aanspreekpunt: mij.

Wat is het

Wat is een wijziging van het omgevingsplan?

Elke gemeente heeft één omgevingsplan waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving staan. Een wijziging daarvan past de regels en de bijbehorende werkingsgebieden aan, zodat een nieuwe functie of bouwmogelijkheid op een locatie structureel is toegestaan. Anders dan bij een vergunning verandert het plan zelf, en die verandering geldt daarna voor iedereen op die plek, ook voor een volgende eigenaar.

De gemeente moet bij die wijziging motiveren dat zij leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat is het centrale criterium onder de Omgevingswet, vastgelegd in artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet. In gewone taal: de gemeente moet kunnen uitleggen waarom deze functie op deze plek past naast alles wat er al is, met alle belangen afgewogen, en die uitleg moet standhouden bij de bestuursrechter.

Let op dat dit een ander wetsartikel is dan bij een vergunning. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toetst de gemeente aan artikel 8.0a lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het criterium is inhoudelijk hetzelfde, de grondslag niet.

Bestemmingsplan of omgevingsplan: wat is het verschil sinds 2024

Onder de Wet ruimtelijke ordening had een gemeente meerdere bestemmingsplannen, elk voor een kern of een gebied. Onder de Omgevingswet is er één omgevingsplan per gemeente. De oude bestemmingsplannen zijn van rechtswege overgegaan naar het tijdelijke deel van dat omgevingsplan, samen met een set rijksregels die de bruidsschat wordt genoemd. Gemeenten bouwen dat tijdelijke deel stap voor stap om naar een definitief omgevingsplan.

Praktisch betekent dat twee dingen. U kunt te maken krijgen met regels die er in uw beleving anders uitzien dan het oude bestemmingsplan, en het antwoord op de vraag wat er op uw perceel mag, staat niet meer op één plek. Uitzoeken welke regels op uw locatie werkelijk gelden, is bij deze route de eerste stap.

Zoekt u naar "bestemmingsplan wijzigen", dan bedoelt u in de praktijk meestal een van drie routes onder de Omgevingswet: een omgevingsplanactiviteit (OPA) als uw plan al binnen de regels past maar een vergunning vereist, een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) als uw plan afwijkt maar het omgevingsplan zelf niet hoeft te veranderen, of deze wijziging van het omgevingsplan als de regels zelf structureel moeten worden aangepast.

Toepassingsgebied

Wanneer is dit de juiste route?

Een wijziging van het omgevingsplan ligt voor de hand als:

  • De ontwikkeling is structureel of grootschalig, bijvoorbeeld een woningbouwontwikkeling met meerdere woningen
  • Er zijn meerdere percelen, eigenaren of fasen bij betrokken
  • U wilt een flexibele regeling waarbinnen later meerdere invullingen mogelijk zijn, in plaats van toestemming voor één concreet bouwplan
  • Er moeten regels worden aangepast die buiten uw eigen locatie liggen
  • Het evenwicht kan alleen bereikt worden door elders een activiteit te beëindigen of te beperken. Een vergunning kan geen bestaande rechten van derden wegnemen; het omgevingsplan kan dat wel

En wanneer niet? Als uw plan één concreet initiatief op één locatie is, is een BOPA bijna altijd sneller en goedkoper. Een misverstand dat ik vaak tegenkom, is dat een BOPA alleen voor tijdelijke zaken zou zijn. Dat klopt niet: een vergunde woning of uitbreiding staat er permanent. Past uw plan al binnen de regels en is alleen een vergunning nodig, dan is de lichtste route een binnenplanse omgevingsplanactiviteit; zo verloopt een OPA-aanvraag.

Twijfelt u of de gemeente überhaupt wil meewerken? Begin dan met het principeverzoek. Een volledige onderbouwing met onderzoeken is bij deze route een aanzienlijke investering, en die wilt u niet doen voordat u weet hoe het college erin staat.

Op eigen initiatief

Kan ik zelf om een wijziging vragen?

Ja. U kunt de gemeente schriftelijk verzoeken het omgevingsplan te wijzigen. De Omgevingswet stelt voor zo'n verzoek bewust geen eigen regels; daarvoor geldt de Algemene wet bestuursrecht. Besluit de gemeente mee te werken, dan verloopt de wijziging via de procedure van afdeling 3.4 van die wet, en dat volgt uit artikel 16.30 van de Omgevingswet. Maar het is verstandig te weten wat zo'n verzoek juridisch wel en niet is.

Het vaststellen van een omgevingsplan is geen beschikking. Dat betekent dat u de gemeente niet met een dwangsom kunt dwingen om op tijd te beslissen, zoals bij een vergunningaanvraag wel kan. Tegen een schriftelijke weigering om aan uw verzoek mee te werken, en tegen het uitblijven van een besluit, staat wel rechtsbescherming open.

Praktisch komt het hierop neer: uw verzoek is het startpunt van een bestuurlijk traject, niet van een klok die gaat lopen. Draagvlak organiseren is bij deze route daarom geen vriendelijkheid maar de kern van het werk.

Bevoegd gezag

Wie beslist erover?

De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast en is daarmee ook bevoegd het te wijzigen, op grond van artikel 2.4 van de Omgevingswet. De raad kan de bevoegdheid om delen van het omgevingsplan vast te stellen delegeren aan het college van burgemeester en wethouders; dat regelt artikel 2.8 van de Omgevingswet. Steeds meer gemeenten doen dat voor kleinere of beleidsarme wijzigingen. Of uw gemeente dat heeft gedaan, en of uw plan onder dat delegatiebesluit valt, scheelt in de praktijk maanden. Dat zoek ik aan het begin uit.

De provincie speelt een rol die veel initiatiefnemers onderschatten. Zij stelt instructieregels vast waaraan de gemeente gebonden is bij de inhoud van het omgevingsplan. In Noord-Brabant gaat het bijvoorbeeld om het onderscheid tussen stedelijk en landelijk gebied en om de verplichte investering in kwaliteitsverbetering van het landschap. In Gelderland en Limburg gelden eigen regels. Is uw plan in strijd met zo'n instructieregel, dan kan de gemeente de wijziging niet vaststellen, hoe graag zij ook zou willen. In bijzondere gevallen kan de provincie ontheffing verlenen van een instructieregel, maar dat is uitzondering en geen route waarop u kunt plannen.

Daar komt bij dat de provincie ook achteraf kan ingrijpen. Gedeputeerde Staten kunnen binnen vier weken na de vaststelling een onderdeel van de wijziging uit het besluit halen, als dat onderdeel in strijd is met provinciale belangen. Dat heet een reactief interventiebesluit en staat in artikel 16.21 van de Omgevingswet. Het is precies de reden waarom ik het provinciale spoor aan het begin van een traject toets en niet aan het eind.

Procedure

Zo verloopt de procedure

StapWat er gebeurtGrondslag
VoorbereidingHaalbaarheid, afstemming met gemeente en provincie, participatie, onderzoeken en het opstellen van de motivering, planregels en werkingsgebieden
Kennisgeving voornemenDe gemeente maakt bekend dat zij een wijziging voorbereidt en hoe zij de participatie vormgeeftArtikel 16.29 Ow en artikel 10.2 lid 1 Ob
Ontwerpbesluit ter inzageHet ontwerp ligt zes weken ter inzageAfd. 3.4 Awb, art. 3:11 en 3:12 Awb
ZienswijzenIedereen kan in die zes weken een zienswijze indienen, dus niet alleen belanghebbendenArtikel 16.23 lid 1 Ow
VaststellingDe zienswijzen worden beantwoord in een zienswijzennota; de raad of het college stelt de wijziging al dan niet gewijzigd vastArtikel 3:18 Awb
Reactieve interventieDe provincie kan binnen vier weken een onderdeel uit het besluit halenArtikel 16.21 Ow
InwerkingtredingDe wijziging treedt vier weken na bekendmaking in werkingArtikel 16.78 lid 1 Ow
BeroepBelanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van StateArt. 6:7 en 6:8 Awb, bijlage 2 Awb

Twee dingen zijn hier belangrijker dan ze lijken.

Beroep gaat rechtstreeks naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is geen tussenstap bij de rechtbank, dus ook geen tweede kans. Wat in de motivering ontbreekt, ontbreekt daar.

En het indienen van een zienswijze is geen voorwaarde om later beroep te kunnen instellen. Een belanghebbende die tijdens de terinzagelegging heeft gezwegen, kan alsnog in beroep. Dat is sinds de rechtspraak naar aanleiding van het arrest Varkens in Nood vaste lijn. Voor u betekent het dat een stille terinzagelegging geen garantie is dat er geen beroep komt, en dat u de buren beter vroeg kunt spreken dan laat.

Betrokkenheid omgeving

Participatie: wat moet, en wat niet

Hier staat op veel adviessites iets te stelligs, dus even precies.

De gemeente moet bij de vaststelling van de wijziging aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken en wat er met de resultaten is gedaan. Die motiveringsplicht staat in artikel 10.2 lid 2 van het Omgevingsbesluit. Dat is een verplichting van de gemeente, niet van u.

Voor u als initiatiefnemer geldt bij deze route geen wettelijke participatieplicht. De gemeente kan met u afspreken dat u de participatie organiseert, en dat gebeurt in de praktijk vaak, maar zij kan het u niet dwingend opleggen en zij mag de vorm niet voorschrijven.

Dat wil niet zeggen dat het vrijblijvend is. De motivering van de gemeente moet inhoud hebben, en een wijziging die zonder enig contact met de omgeving tot stand komt, is kwetsbaar bij zienswijzen en bij de Afdeling. Vroeg contact met de buren is bij deze route dus geen verplichting maar wel een risicomaatregel.

Kerncijfers

Hoe lang duurt het?

Reken op één tot twee jaar, gerekend vanaf het eerste gesprek tot een onherroepelijk besluit. Dat is een ervaringsgetal en geen wettelijke termijn, want die is er voor deze route niet op de manier die u van een vergunning kent.

De wet regelt alleen deelstappen. Het ontwerp ligt zes weken ter inzage. Zijn er geen zienswijzen ingediend, dan neemt het bestuursorgaan het besluit binnen vier weken na afloop van die termijn, op grond van artikel 3:18 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht. Zijn er wel zienswijzen, en dat is bij een wijziging met enige impact vrijwel altijd zo, dan is er geen harde einddatum.

Wat de doorlooptijd in de praktijk bepaalt, is dit:

  • hoe lang de voorbereiding duurt, en dat hangt vooral af van de onderzoeken;
  • of de raad beslist of het college op basis van een delegatiebesluit, want een raad vergadert niet wekelijks en heeft een agenda die u niet in de hand heeft;
  • het aantal en de aard van de zienswijzen;
  • of er beroep wordt ingesteld, want dan komt daar de doorlooptijd van de Afdeling bovenop.

Een goed voorbereid dossier met draagvlak verkort dit traject aanzienlijk. Een dossier dat halverwege moet worden aangevuld, verlengt het met een raadscyclus of meer.

Kerncijfers

Wat kost het?

De kosten bestaan uit vier posten, en ze lopen bij deze route hoger op dan bij een vergunning.

Gemeentelijke leges betaalt u voor de behandeling. Die verschillen per gemeente en per type wijziging.

Onderzoekskosten zijn meestal de grootste en de minst voorspelbare post. Welke onderzoeken nodig zijn, hangt af van uw plan en de locatie; daarover hieronder meer.

Advieskosten zijn mijn werkzaamheden: analyse, motivering, planregels en werkingsgebieden, afstemming, zienswijzennota en begeleiding.

Kostenverhaal komt erbij als de wijziging aangewezen bouwactiviteiten mogelijk maakt, zoals woningbouw. De gemeente verhaalt dan haar kosten voor de ontwikkeling. Dat gebeurt bij voorkeur via een anterieure overeenkomst die u vooraf met de gemeente sluit. Komt die er niet, dan neemt de gemeente kostenverhaalsregels op in het omgevingsplan zelf, op grond van de artikelen 13.14 en 13.15 van de Omgevingswet. Let er daarbij op dat plankosten die onder het kostenverhaal vallen niet ook nog eens via de leges in rekening worden gebracht, en vraag de gemeente hoe zij die twee scheidt.

U krijgt vooraf een overzicht van alle te verwachten kosten. Bij deze route adviseer ik die kosten pas te maken nadat de haalbaarheid is getoetst.

Vraag een indicatie van doorlooptijd en kosten.

Onderzoeken

Welke onderzoeken zijn nodig?

Dat hangt af van uw plan en de locatie, en u hoeft dat niet zelf uit te zoeken. Ik bepaal welke onderzoeken uw dossier nodig heeft en stuur de uitvoerende bureaus aan, zodat de resultaten op elkaar aansluiten en op tijd binnen zijn.

In de praktijk gaat het meestal om een selectie uit: geluid, geur, bodem, water, archeologie en cultuurhistorie, flora en fauna, stikstof, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering, en mobiliteit en parkeren. Daarnaast beoordeel ik of uw plan een mer-beoordeling vergt, waarvoor u een aanmeldnotitie indient.

Twee valkuilen zie ik vaak. De eerste is te vroeg onderzoek laten doen, waardoor rapporten verouderen voordat het besluit valt. De tweede is een onderzoek dat een net iets andere vraag beantwoordt dan de gemeente stelt, waarna het over moet. Beide zijn te voorkomen door eerst de vraagstelling met de gemeente af te stemmen.

Procedure kiezen

Wijziging omgevingsplan, BOPA of OPA?

OPA

Uw plan past binnen het omgevingsplan, maar er is een vergunning voor nodig. De lichtste route: de gemeente toetst alleen aan de planregels en moet verlenen zodra u daaraan voldoet.

Zo verloopt een OPA-aanvraag →

BOPA

Uw plan wijkt af van het omgevingsplan, als concreet initiatief op uw locatie. Een vergunning op basis van uw aanvraag, met een volledige onderbouwing. Ook geschikt voor permanente ontwikkelingen. Het plan zelf verandert niet.

Zo verloopt een BOPA-aanvraag →

Wijziging omgevingsplan

De regels zelf moeten veranderen, of er zijn meerdere percelen, eigenaren of fasen bij betrokken. Een aanpassing van het plan die daarna voor iedereen op die locatie geldt. De zwaarste en langste route, en juridisch de meest robuuste.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een wijziging van het omgevingsplan en een BOPA?

Bij een BOPA maakt de gemeente met een vergunning een afwijking van het omgevingsplan mogelijk voor uw concrete initiatief. Het plan zelf blijft ongewijzigd, maar de ontwikkeling mag er permanent staan. Bij een wijziging van het omgevingsplan veranderen de regels zelf, en die verandering geldt daarna voor iedereen op die locatie. De wijziging is zwaarder en duurt langer, maar is nodig zodra u een flexibele regeling wilt, meerdere percelen of eigenaren betrokken zijn, of er regels buiten uw eigen locatie moeten worden aangepast.

Wie stelt de wijziging vast?

De gemeenteraad, tenzij hij de bevoegdheid voor dit type wijziging heeft gedelegeerd aan het college. Of uw gemeente dat heeft gedaan, scheelt in de praktijk aanzienlijk in doorlooptijd; zie hierboven.

Kan ik de gemeente verplichten mee te werken?

Nee. U kunt om een wijziging verzoeken, maar de gemeente is niet verplicht die vast te stellen. Wat zo'n verzoek juridisch wel en niet is, staat hierboven. In de praktijk is een goed voorbereid principeverzoek een effectiever instrument dan een juridische route.

Is participatie verplicht?

Voor u niet; de motiveringsplicht ligt bij de gemeente. Zie hierboven wat dat precies inhoudt en wat de gemeente u wel en niet kan vragen.

Wie kan een zienswijze indienen, en wie kan in beroep?

Een zienswijze kan iedereen indienen; beroep staat open voor belanghebbenden. Het indienen van een zienswijze is geen voorwaarde om later beroep te kunnen instellen. Reken er dus niet op dat een rustige terinzagelegging betekent dat u veilig bent.

Kan iemand tegenhouden dat de wijziging in werking treedt?

Beroep schorst de wijziging niet automatisch. Wie de werking wil tegenhouden, moet binnen de vier weken tussen bekendmaking en inwerkingtreding een voorlopige voorziening vragen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. In diezelfde periode kan ook de provincie nog ingrijpen.

Wat als mijn plan in strijd is met een provinciale regel?

Dan kan de gemeente de wijziging niet vaststellen, hoe graag zij ook zou willen. Soms is het plan aan te passen zodat het wel binnen de instructieregel past; soms is de conclusie dat deze locatie het niet wordt. Dat is precies waarom ik het provinciale spoor aan het begin toets en niet aan het eind.

Is een principeverzoek verstandig voordat ik hieraan begin?

Ja, bij deze route sterker nog dan bij een vergunning. De investering in onderbouwing en onderzoeken is aanzienlijk, en het besluit is politiek. Met een principeverzoek weet u vroeg hoe het college erin staat, en dat antwoord is bij een wijziging van het omgevingsplan meer waard dan bij welke andere route ook.

Staat uw vraag er niet bij? Neem contact op.

Bespreek uw plan

Wilt u weten of uw ontwikkeling deze route nodig heeft, of dat het lichter kan? Leg uw plan aan mij voor. U hoort binnen één werkdag wat ik ervan denk, welke route past en wat daarvoor nodig is.

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan

Of bel direct: 06 44 84 87 72

Werkgebied: Noord-Brabant, Gelderland, Limburg.